Ruimtelijke duurzaamheid: in het bestemmingsplan?

Tijdens een stage in 2002 bij de afdeling ruimtelijk beheer (ARB) van de provincie Zuid-Holland heb ik een checklist ontwikkeld om te toetsen of een bestemmingsplan voldoende duurzaam is.

Samenvatting

De provincie Zuid-Holland vindt het belangrijk om op een duurzame manier met de ruimte om te gaan. Daarom is in de Nota Planbeoordeling 2002 beleid met betrekking tot duurzaamheid vastgelegd. De afdeling Ruimtelijk Beheer (ARB) gebruikt de Nota Planbeoordeling als toetsingskader bij het toetsen van ruimtelijke plannen van gemeenten. Om het toetsen van bestemmingsplannen makkelijker te maken is op basis van het hieronder beschreven onderzoek een checklist voor duurzaamheid opgesteld. De overkoepelende probleemstelling die in het onderzoek is beantwoord, luidt als volgt: welke duurzaamheidaspecten zijn in welke mate (t.o.v. elkaar) van belang, en hoe kunnen deze (per gebiedstype) worden geconcretiseerd zodat de aspecten daadwerkelijk meetbaar en toepasbaar zijn?

Binnen het begrip duurzaamheid zijn te onderscheiden: ecologische duurzaamheid als het gaat om ecologische waarden, economische duurzaamheid als het gaat om een zo efficiënt mogelijke productie en sociale duurzaamheid als het gaat om de leefkwaliteit van de mens. Hiermee worden zaken als veiligheid en leefbaarheid bedoeld. De commissie Brundtland heeft deze driedeling van het begrip in 1987 geïntroduceerd. Dit komt regelmatig terug in nota's van de landelijke en provinciale overheden.

Er zijn vier hoofdactiviteiten waarvoor de mens een bepaald gebied gebruikt: wonen, werken, recreëren en zorgen. Vanuit deze hoofdactiviteiten komen de volgende elf gebiedstypen voort: stedelijke centra, suburbane woongebieden, kleine kernen, industriegebieden, kantoorlocaties, 'grijze' intensieve recreatiegebieden, 'groene' intensieve recreatiegebieden, clustergebieden voor zorg, landbouw- en veeteeltgebieden, kassengebieden en natuur-, ANL- en recreatiegebieden. Per gebiedstype verschilt het onderlinge belang van ecologische, economische en sociale duurzaamheidaspecten. Omdat de mens bij elke activiteit de natuur gebruikt dient ecologische duurzaamheid zoveel mogelijk te worden nagestreefd. In elk gebiedstype worden echter meer of minder eisen gesteld aan de economische en/of sociale duurzaamheid.

Voor elk gebiedstype zijn een aantal duurzaamheidaspecten van belang. Deze kunnen opgenomen zijn in het ruimtelijk beleid van de provincie of in een handreiking over duurzaamheid. De checklist is als volgt vormgegeven: als eerste wordt een aantal duurzaamheidaspecten genoemd die voor elk gebiedstype van belang zijn. Daarna wordt deze lijst per gebiedstype verder aangevuld. Per gebiedstype zijn de duurzaamheid-aspecten verdeeld over zes categorieën. De checklist is zo vormgegeven dat de categorieën die bovenaan staan de belangrijkste zijn.

De checklist is te gebruiken als toetsingskader bij het adviseren over ontwerp-bestemmingsplannen en bij het goedkeuren van een vastgesteld bestemmingsplan. Ook kan met de checklist de mate van duurzaamheid van vigerende bestemmingsplannen bepaald worden. Daarnaast kan de checklist als handreiking worden gebruikt bij het opstellen van een bestemmingsplan. Door de fundamentele herziening van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro) zal deze laatste functie belangrijker worden. Goedkeuring achteraf wordt in de nieuwe Wro namelijk vervangen door een meer actieve rol van de provincie tijdens de bestemmingsplanprocedure.

Geconcludeerd kan worden dat de checklist alleen werkt binnen de manier waarop de overheid kijkt naar het begrip duurzaamheid. De manier waarop het begrip duurzaamheid geïnterpreteerd moet worden dient echter kritisch bekeken te worden. Belangrijke aanbevelingen zijn verder om de gebiedstypen in een kaartbeeld vast te leggen en de kansen die het werken met gebiedstypologieën biedt ook in de ruimtelijke plannen van de provincie toe te passen.

Naast het schrijven van dit rapport heb ook een presentatie gegeven en een artikel geschreven over dit onderwerp.
Het rapport werd geschreven door Ritske Dankert in april 2002.
Het volledige rapport is te downloaden.
 
Delen |